Belgische Turken leren een lesje in Anne Frank Museum

Journalistiek: Nieuwe Revu

Tien Turkse jongeren uit België kwamen afgelopen week op visite in het Anne Frank Museum. Niet op eigen initiatief. De Belgische minister van Werk Peter Vanvelthoven nam de vlegels op sleeptouw aangezien ze zich hadden misdragen. Misdragen is nog een softe omschrijving.



Begin december ontstond een flinke antisemitische rel nadat de jongeren uit Beringen in de clinch lagen met Joodse jongeren. De jongens gooiden stenen en riepen antisemitische leuzen. Het zorgde voor veel ophef maar die ophef werd nog groter nadat de jongens beweerden dat ze niet wisten dat het Joodse kinderen betrof.

“We dachten echt dat die kinderen een of ander toneelstukje aan het spelen waren, we wisten niet dat het Joden waren,” vertelt Yusuf Onür, een van de aanwezigen.

 Dertig uur ‘gemeenschapsdienst’ (oftewel taakstraf), welgemeende excuses aan de Joodse kinderen en een bezoek aan het Anne Frank Museum moet de boefjes op het rechte pad helpen.

De vraag is of het geholpen heeft. Tijdens de tour door het museum gedragen de jongens zich uitstekend. Af en toe gniffelen er een aantal en bespeur je wat stoerdoenerij. Het merendeel beaamt de leerzaamheid van het museum (“Nu weten we tenminste iets over de geschiedenis. Ik wist niet dat de vervolging voor de Joden zoveel betekende, maar nu wel”).



Een enkeling wil er niet over praten. En van de media worden de jongens doodmoe.  Ze ervaren het als extra straf. “We worden afgeschilderd als stelletje antisemieten, maar als het geen Joden waren geweest maar bijvoorbeeld Chinezen, dan hadden we precies hetzelfde gedaan,” aldus Onür.

Hij beweert overigens geen stenengooier te zijn: “Ik heb geen stenen gegooid. Als ik iemand écht niet moet, dan sla ik hem gewoon kapot.”

Terug naar Nieuwe Revu